Het “Charter van Medina”
van Profeet Muhammad
en Pluralisme

Auteur: Sean William WHITE

Het oorspronkelijke Charter van Medina bestaat niet meer, maar de meest verspreide versie van deze Constitutie kan worden gevonden in “Sirah Rasul Allah” van Ibn Ishaq (Engelse vertaling van de volledige tekst: wikisource)

De botsing van beschavingen, culturen, stammen en godsdiensten blijkt een constante doorheen de geschiedenis. Tegelijk toont de geschiedenis ons het samengaan van conflicten met inspanningen om spanning en verdeeldheid, die zijn gevoed door vijandigheid, op te lossen aan de hand van bemiddeling, diplomatie en dialoog. Veel conflicten lijken te ingewikkeld om op één enkel punt overeenstemming te kunnen bereiken, ongeacht of dat conflict draait rond grondgebied, godsdienst of etnische discriminatie. Welke benadering is dan de beste om te bemiddelen in deze hedendaagse wereld, die lijkt de draaien op economie, natuurlijke rijkdommen en etnische of religieuze ideologieën? Het Charter van Medina is een voorbeeld van een manier om bij een dispuut een oplossing te vinden waarbij vrede en pluralisme worden bereikt – niet door militaire successen of met bijbedoelingen, maar veeleer door respect, aanvaarding en het afwijzen van oorlog. Dat zijn allemaal aspecten die de basisprincipes weerspiegelen waartoe de godsdienst van Profeet Muhammad (vrede en zegeningen over hem) heeft geleid en opgeroepen. Aan de hand van een analyse van het Charter van Medina zal ik aantonen hoe ontwikkeld en gevestigd het pluralisme in Medina was en zal ik de redenen aanduiden waarom nadenken over dergelijk document ons kan helpen ontkomen aan de verdeeldheid en de misverstanden tussen Muslims, Christenen en Joden over de hele wereld, die tegenwoordig zoveel gedachten, retorieken en media teisteren.

Toen de Profeet (vrede en zegeningen over hem) zich gedwongen zag naar Medina te emigreren, was de bevolking daar een “mengeling” (Akhlat) van veel verschillende stammen (hoofdzakelijk Arabische en Joodse), die bijna een eeuw lang mekaar hadden bestreden. Dat leidde tot burgeroorlogen, en het was om die reden dat de Profeet erheen werd geroepen (Peters 1994,4). De stammentwisten en een gebrek aan bestuur in Medina (toen nog gekend als Yathrib) leidden ertoe dat de meningsverschillen in veel gevallen werden beslecht “met het zwaard”, wat de verdeeldheid nog vergrootte en de conflicten aanwakkerde. Karen Armstrong geeft een treffende uitleg van de mentaliteit en de manier van werken van het stammensysteem dat verspreid was over het door oorlog verscheurde Arabië van die tijd, waarin de Profeet streefde naar vrede (Armstrong 2006, 19). “De stam, niet een godheid, was van de hoogste waarde en elk lid ervan moest zijn of haar persoonlijke noden en verlangens ondergeschikt maken aan het welzijn van de groep en moest, indien nodig, vechten totterdood om haar overleving te verzekeren.” (Armstrong 2006, 24). Dergelijk systeem was politiek gezien representatief voor het gebrek aan samenwerking tussen de stammen in de Yathrib regio. In deze streek heerste machtswellust en de nadruk lag op wapens en militaire slagkracht, en in de overtuiging dat er geen bemiddeling mogelijk was tenzij door een betrouwbare buitenstaander die niets te maken had met de problemen, noch met de stammen. De Profeet (vrede en zegeningen over hem) voldeed niet alleen aan al deze vereisten, maar bovendien was het zijn persoonlijke godgegeven ambitie om vrede en eenheid te verspreiden en om een gemeenschap te creëren (of Ummah) die uit verschillende groepen bestond, aan de hand van de onderrichtingen van de Quran en in naam van de Islam.

De Quran verklaart dat de Heer “onderricht door de pen” (De Edele Quran 96:1-5). Dit is een vingerwijzing naar het Charter van Medina, in die zin dat het Charter een afspiegeling is van deze verzen, die aantonen dat God de mensen onderricht en denkpatronen verandert aan de hand van discussie. In dit geval heeft de discussie geleid tot vrede, die werd bereikt door contemplatie en het zoeken van akkoorden die de stammen het gevoel gaven dat ze voordeel haalden uit het Charter en niet waren beroofd van hun status of onopgeloste vijandelijkheden uit het verleden. “Veel Islamitische rituelen, filosofieën, doctrines, (verschillende interpretaties van) heilige teksten en plaatsen zijn het resultaat van kwellende en zelfkritische reflectie over de politieke gebeurtenissen in de Islamitische maatschappij.” (Armstrong 2006, 14). De Islam legt grote nadruk op de rede – het redeneren over het Universum, het leven en uiteraard ook de godsdienst. Al-Ghazzali (1058-1111) heeft gezegd: “Twijfelen is de waarheid vinden. Zij die geen twijfel hebben, kunnen niet denken. Zij die niet denken, kunnen de waarheid niet vinden.” Al verwijst dit citaat meer naar het filosofische aspect van de Islam, toch weerklinkt het uit het van het hart van de rede – iets wat in de Islam centraal staat. Yetkin Yildirim schrijft over het gebruik van iemands eigen kennis en de absolute benadering van de rede. Als het antwoord niet in de Quran, de Sunnah of de Ahadith staat, dan is iemands eigen redering of Ijtihad vereist (Yildirim 2006, 109-117). Met het Charter van Medina bracht de Profeet (vrede en zegeningen over hem) dus de Islam in de praktijk, aangezien met rede, discussie en contemplatie een vredesverdrag werd bereikt.

Gewoon al het tot stand komen van het Charter en het bereiken van vrede waren op zich enorme gebeurtenissen, en de inhoud van het Charter weerspiegelt het grote belang ervan. Het vormen van een Ummah door respect en aanvaarding die tot pluralisme leiden toont ons een van de manieren waarop de Profeet (vrede en zegeningen over hem) streed tegen de Jahiliyyah (onwetendheid), de geestestoestand die geweld en terreur veroorzaakte. (Armstrong 2006, 19). Wanneer we enkele van de clausules van het Charter onderzoeken, blijkt ook dat de Profeet (vrede en zegeningen over hem) erin is geslaagd de leiding te nemen en blijvende vrede te vestigen. De eerste clausulse “Zij zijn één enkele gemeenschap (Ummah)” (Sajoo 2009, 94) schetst de ultieme boodschap en doel van de rest van het Charter. Het betekende het tot stand komen van een gemeenschap, en het Charter diende als éénmakende document in een stad met verschillende groepen, culturen, godsdiensten en talen. De Profeet (vrede en zegeningen over hem) kwam naar Medina met verdraagzaamheid, een aspect van de Islam dat fundamenteel is voor de manier waarop de godsdienst werkt in andere landen. “Het is omwille van deze verdraagzaamheid in de Islamitische visie dat Muslims de godsdienst van de mensen in de landen die ze veroverden met respect hebben bekeken; ze kwamen niet tussen in hun geloofspunten en raakten ook niet aan hun kerken.” (Can 2005, 172). Clausule 25 belichaamt het niveau van de verdraagzaamheid in het Charter en dient tevens als een voorbeeld van de Islam in de praktijk. “De Joden… zijn een gemeenschap (Ummah), samen met de gelovigen. Aan de Joden hun godsdienst (Dien) en aan de Muslims hun godsdienst.” (Sajoo 2009, 96) Deze verklaring stemt overeen met het Quranvers (2:256) dat zegt: “Er is geen dwang in de godsdienst. ”Want in de ogen van God” , zoals staat in de Quran, ”… zij die geloven … Joden, Christenen en Sabiers … en die goede daden verrichten – waarlijk hun beloning is bij hun Heer.” (De Edele Quran 2:62)

Het Charter van Medina weerspiegelt pluralisme, zowel in de inhoud als in de geschiedenis van het document. F.E. Peters legt uit: “De ondertekenende partijen, ook al namen ze de Islam niet aan, erkenden het gezag van de Profeet, aanvaardden hem als de leider van de gemeenschap en hielden zich aan zijn politieke oordelen.” (Peters 1994, 199). Aangezien in de geschiedenisboeken geen melding wordt gemaakt over een opstand, en aangezien de Profeet daar was op voorstel van de stammen, weten we dat hij nooit werd afgewezen. Door de wetten die hij invoerde voelden de bestaande groepen zich duidelijk niet bedreigd door deze nieuwe aanwezigheid of zijn nieuwe bestuur. De maatschappij was pluralistisch, en ze was niet repressief. De Profeet heeft, zoals clausule 25 aantoont, nooit de Islam opgedrongen aan de bewoners van Medina. Dat houdt in dat ze ongestoord de aspecten van het leven die voor hen belangrijk waren, hun eigen godsdienst en gebruiken, konden behouden. Hij stichtte geen Ummah door alle andere levenswijzen behalve de Islam aan te klagen of de Islam als enige godsdienst te erkennen. In plaats daarvan verenigde hij alle inwoners van de stad onder één vlag van ethisch leven en morele principes – gemeenschappelijke punten die gelden voor alle mensen en alle godsdiensten.

De Profeet (vrede en zegeningen over hem) putte uit de essentie van eenheid, respect, verdraagzaamheid en liefde om een pluralistische maatschappij samen te stellen. Clausule 40 geeft hier een voorbeeld van: “De ‘beschermde buur’ (Jar) is als de mens zelf, zolang hij geen schade aanbrengt en zich niet als verrader gedraagt.” (Sajoo 2009, 97). Mensen werden gerespecteerd en waren veilig en vrij om hun geloofsovertuiging te beleven, en werden beschermd om dat te doen. Deze bescherming was echter van geen nut voor hen in geval van verraad of misdaad.

Van het Charter van Medina kan, met argumenten onderbouwd, worden gesteld dat het de eerste constitutie ooit is waarin godsdienst en politiek werden verenigd (Yildrim 2006, 109-117). En zelfs als de politiek van de streek is veranderd sinds het Charter werd geschreven – recent zelfs ten kwade – dan werden de waarden van de Islam nog steeds verspreid en beleefd doorheen de hele Muslimwereld. Ondanks de macht die sommige regeringen nog steeds over hun volk hebben, straalt het ware gelaat van de Islam doorheen de manier waarop de mensen leven, communiceren en het leven benaderen. Ik spreek uit eigen persoonlijke ervaring, tijdens reizen door Iran, Turkije en Noord-Irak in januari 2009. En ondanks wat de media te vertellen hadden over de mensen daar, heb ik mijn tijd ginder doorgebracht in de huizen van wildvreemde mensen, die me overlaadden met een gastvrijheid die veel groter was dan alles wat ik tot dan toe had meegemaakt. Al is de regering veranderd, toch leven de punten van het Charter van Medina en de leerstellingen van de Islam die werden gepredikt door Profeet Muhammad (vrede en zegeningen over hem) nog steeds onder het volk. Mijn erfenis werd onthaald op nieuwsgierigheid en respect – net zoals de Profeet ze toepaste tussen de stammen in Medina. Mijn plaats in de maatschappij werd verwelkomd met oprecht enthousiasme, en ik voelde me als een deel van de gemeenschap – zoals de gemeenschap die de Profeet (vrede en zegeningen over hem) vestigde in Medina. Ik werd blootgesteld aan de heersende stroming van de Islam, waarover we door de verwarring die ten onrechte Islam en terrorisme met elkaar vermengt zo weinig horen in het Westen. Ik heb tolerante Muslims gezien die me beschouwden als gewoon een ander mens die vrede en respect verlangt, geen verraad. Dat is wat ook wat de Profeet (vrede en zegeningen over hem) in Medina heeft bereikt: een gemeenschap die niet op godsdienst of ethniciteit was gestoeld, maar op eenheid en aanvaarding. Een maatschappij die gebouwd was op verdraagzaamheid. Een maatschappij gebouwd op vrede. Blijkbaar was de Profeet (vrede en zegeningen over hem) zich ervan bewust dat spiritualiteit en geloof niet kunnen worden geregeerd, en alleen al om deze reden streefde hij naar eenheid en respect in plaats van te discrimineren tussen de stammen en hun geloofsovertuigingen.

In de huidige tijd kan een analyse van het Charter van Medina ons inzicht verschaffen in de Islam en in religieus pluralisme. (Sachedina 2001). Medina was de pionier voor de allereerste keer dat godsdiensten en groepen echt onder de Islam samenleefden, en het weerspiegelt de Quran die “in zijn geheel ruimschoots materiaal levert om een pluralistische en inclusieve theologie van de godsdiensten te extrapoleren.” (Sachedina 2001, 26) De Quran staat boven alle twijfel en is absoluut; daarom is hij de sleutel om religieus pluralisme in de Islam te begrijpen. Clausule 39 van het Charter van Medina zegt: “De vallei van Yathrib is heilig voor het volk van dit document.” (Sajoo 2009, 97) En dit geldt ook voor het Universum, dat heilig is voor de hele mensheid. De Quran openbaart dat “de mensen één gemeenschap” zijn (De Edele Quran 2:213). Dus als we één zijn (en dat is zo) in de wereld, in het universum, dan is het – ongeacht onze godsdienst – Gods genade en barmhartigheid die ons zal redden. Door te differentiëren tussen de geloofsovertuigingen verwaarlozen we het feit dat we onder die éne zon allen bidden tot een grotere entiteit, een groter wezen. We zijn allen door God geschapen, dus lijkt eenheid verplicht en praktisch.

Het Charter van Medina is heel relevant voor de huidige spanningen tussen Muslims, Joden en Christenen. Jammer genoeg lijdt de interactie tussen deze drie grote godsdiensten die van Abraham afstammen zwaar onder onwetendheid en angst, wantrouwen en gebrek aan respect. In het tijdperk na 11 september is er een nieuwe golf van antagonismen ontstaan, en de mensen in de hele Westerse wereld zijn de Islam gaan vrezen. Het is spijtig dat mensen de daden van nationalisten en fundamentalisten, die zich ten onrechte verschuilen achter een Heilig Boek om te beweren dat hun intenties die van God zijn, verwarren met dat waartoe de godsdienst echt oproept. Rumi geloofde dat de kern van alle godsdiensten dezelfde is, omdat ze alleen liefde onderrichten. De diepe filosofische en nog diepere spirituele leer van Rumi steunt op een geestestoestand die streeft naar wederzijdse visie en dialoog, waarvan ik hoop dat die op een dag ook wordt bereikt, die de gepolariseerde wereld van het religieuze denken afbreekt. (*) Een ander Quranvers benadrukt deze nood aan dialoog, eenheid en verdraagzaamheid: “Waarlijk, deze gemeenschap van u is één gemeenschap, en Ik ben jullie Heer; aanbid Mij dus.” (De Edele Quran 21:92)

De daden van de Profeet (vrede en zegeningen over hem) in Medina zetten ons ertoe aan onze rede te gebruiken in onze benadering van de grote, diverse geloofsuitingen in de wereld – van Europa tot Azië, Noord-, Centraal- en Zuid-Amerika tot Afrika en alles daartussen. Ze zetten ons ertoe aan te begrijpen hoe “de spirituele ruimte van de Quran (…) werd gedeeld met andere godsdiensten.” (Sachedina 2001, 23) Dergelijk begrip maakt duidelijk dat de Islam een monotheïstische godsdienst is, die de rechten van andere geloofsovertuigingen respecteert. (Stewart 1994, 207) In een geglobaliseerde wereld waarin het zo gemakkelijk is om met elkaar in contact te komen, in tegenstelling tot welke andere periode uit de geschiedenis dan ook, is het wederzijds begrip van elkaar en elkaars geloofsovertuiging het allerbelangrijkste middel om vrede en stabiliteit te bereiken. Het is in een hedendaagse zin, in een geglobaliseerde wereld, dat het Charter van Medina zo hoognodig is. Interreligieuze discussies vonden plaats met de Profeet (vrede en zegeningen over hem) in Medina, aangezien Boase schrijft over een tijd toen de Christenen hun gebeden verrichtten in een moskee, na een ontmoeting met de Profeet (vrede en zegeningen over hem) tijdens hun bezoek. (Boase 2005, 252) We leren dat een Ummah in elk land en in elke gemeenschap de enige, meest effectieve manier is om een pluralistische staat voort te brengen. Het Charter van Medina was een samensmelting van attributen die alle wereldgodsdiensten onderrichten: vrede, liefde, vrijheid, aanvaarding en verdraagzaamheid – die resulteren in stabiliteit.

In Medina werd vrede gevestigd, niet door de kracht van wapens of de invloed van geld, maar door de onverzettelijke principes van de Islam – verdraagzaamheid, liefde, rede en geloof in één God, of het nu de God in de Bijbel, de Quran of de Torah is. Het Charter van Medina, aantoonbaar het eerste charter dat ooit werd neergeschreven, bewijst dat de Islam in de godsdienst het gebruik van dwang en geweld verwerpt, en dat doorheen eeuwen van menselijk bestaan de meest effectieve manier om conflicten op te lossen deze is van bemiddeling. Het Charter van Medina is een voorbeeld waarnaar we zouden moeten verwijzen en dat we zouden moeten bespreken bij hedendaagse conflicten. De oprichting van een gemeenschap, of Ummah, biedt pluralisme aan iedereen omdat de mensen er niet zullen worden beoordeerd volgens hun geloofsovertuiging maar volgens hun daden. Vervolging is de aanzet voor alle spanningen, terwijl rede en verdraagzaamheid de kern zijn van alle vrede. Net als in de straten van Medina kunnen ook wij ooit door verdraagzaamheid en respect een wereldwijde Ummah uitbouwen waarin een Christen in het voorbijgaan aan een Muslim “Vrede zij met jou” zal zeggen, en die zal antwoorden “En vrede zij ook met jou”.

Sean William White heeft een diploma in Islamitische geschiedenis van de Monash Universiteit in Melbourne.

_______________________________________________________________________________
Referenties
Armstrong, Karen. 2006. “Muhammad: A Prophet for Our Time” (Muhammad, een Profeet voor ons tijdperk), New York: HarperCollins.
Can, Sefik. 2005. “Fundamentals of Rumi’s Thought” (Basisprincipes van het Rumi Denken), New Jersey: The Light, Inc.
Lecker, Michael. “Waqidi’s Account on the Status of the Jews of Medina: A Study of a Combined Report,” (Waqidi’s verslag over de status van de Joden in Medina: een studiee van een gecombineerd verslag) in Uri Rubin (ed), The Life of Muhammad, Great Yarmouth, 1998.
Peters, F. E. 1994. “Muhammad and the Origins of Islam” (Muhammad en de oorsprong van de Islam), New York: SUNY.
Ramadan, Tariq. 2007. “The Messenger: The Meanings of the Life of Muhammad” (De Boodschapper: het belang van het leven van Muhammad), Londen: Allen Lane.
Boase, Roger. Ecumenical Islam: “A Muslim Response to Religious Pluralism” (Een Islamitisch antwoord op religieus pluralisme), in Roger Boase (ed.). 2005.
“Islam and Global Dialogue” (Islam en wereldwijde dialoog), Engeland, Ashgate.
Sachedina, Abdulaziz. 2001. “The Islamic Roots of Democratic Pluralism” (De Islamitische oorsprong van democratisch pluralisme), New York: OUP.
Saeed, Abdullah. 2006. “Islamic Thought: An Introduction” (Islamitisch denken: een inleiding), UK: Routledge.
Sajoo, Amyn B. 2009. “Muslim Ethics: Emerging Vistas” (Islamitische etiek: Opkomende vistas) Londen: Instituut voor Ismaili Studies.
Stewart, P. J. “Unfolding Islam” (Islam uitgelegd), Libanon, 1994.
Yildirim, Yetkin. “Peace and Conflict Resolution in the Medina Charter” (Vrede en conflictoplossing in het Charter van Medina), Peace Review, UK: Routledge, Vol. 18, Issue 1. Januari 2006.
Nota’s
Muhammad B. Waqidi, ‘Umar al-Waqidi. Kitab al maghazi. Ed. M. Jones. Londen, 1966, zoals overgenomen uit: Michael Lecker, ‘Waqidi’s Account on the Status of the Jews of Medina: A Study of a Combined Report’, in Uri Rubin (ed), The Life of Mu-hammad, Great Yarmouth, 1998, p. 23.
BRON: http://www.fountainmagazine.com/article.php?ARTICLEID=1151
Advertenties